|
Bart Theunis
Ieder van ons herinnert zich nog wel de golf van ufo-waarnemingen boven Belgisch
grondgebied en de daarop volgende hetze in de media een tiental jaren geleden. De
Leuvense professor emeritus John van Waterschoot wijdde er een boek aan. Een wetenschappelijke
autoriteit die schrijft over een vaak vergruisd onderwerp: dat prikkelt zelfs de
meest nuchtere geest.
De « ongeïdentificeerde vliegende voorwerpen » zijn altijd al een
zeer controversieel gespreksonderwerp geweest en een open en wetenschappelijk verantwoord
debat over die materie ligt nog steeds moeilijk. Van Waterschoot slaagt er echter
zeer goed in met een nuchter betoog van ongeveer 300 bladzijden de kritische lezer
te boeien. Wie een eensluidende verklaring van de problematiek verwacht, komt bedrogen
uit. Of toch niet ? Van Waterschoot schetst, verklaart en evalueert het gekende.
Als wetenschapper begeeft hij zich niet verder dan het kenbare of het verantwoord
denkbare. Voor fantastische verhalen en 'New Age-achtige' mythologieën begeeft
de geïnteresseerde lezer zich best naar een andere afdeling van de lokale boekhandel
of bibliotheek. Op zich kan dat opzet bevredigend genoeg zijn.
Anders dan de titel laat vermoeden, behandelt het boek de ruimere ufo-problematiek
en vormen de Belgische waarnemingen enkel een uitgebreide illustratie. In eerste
instantie wordt het pionierswerk van de Amerikaanse professor Allen Hynek toegelicht.
Meteen wordt ook de teneur van het hele boek gezet : het ufo-fenomeen is als het
lijf van de olifant waarvan enkele blinden elk een ander lidmaat betasten en de overgrote
meerderheid dat weigert te doen. Van Waterschoot haalt stevig uit naar de (geslaagde)
pogingen tot ridicularisering van het onderwerp. 1
De auteur dekt zich stevig in tegen al te gemakkelijke kritiek. In de analyse wordt
enkel gesteund op een minieme fractie van het onzaglijke aantal onverklaarbare waarnemingen
die sinds de Tweede Wereldoorlog over de hele wereld geregistreerd werden. Op basis
van die gegevens komt hij tot het besluit dat er in het luchtruim inderdaad rondvliegende
ongeïdentificeerde voorwerpen gesignaleerd worden en dat er voor die fenomen
al te vaak geen sluitende, al dan niet wetenschappelijk verantwoorde, verklaring
kan gevonden worden. Het is niet onbelangrijk te onderstrepen dat het hier over ufo's
gaat en niet noodzakelijk over vliegende schotels, bestuurd door buitenaardse gezanten
die 's zondags intergalactische uitstapjes maken.
Toch sluit Van Waterschoot geen enkele mogelijke verklaringsgrond expliciet uit.
Hij kent ze enkel graden van waarschijnlijkheid toe. Dat is een kwestie van intellectuele
eerlijkheid : wat niet geweten is, kan ook moeilijk ontkend worden.
Van Waterschoots boek is een pleidooi voor meer openheid van de overheden en vooral
een verkenning van de zwakke plekken van de menselijke wetenschappelijke kennis.
Immers, « wat we weten is een druppel, wat we niet weten is een oceaan »
2.
1 Zie bijvoorbeeld de ondertitel bij de proloog :
« Belachelijk maken is geen wetenschap, geheimhouden geen democratie ».
2 Isaac Newton.
|