Van Waterschoot J., Ufo's boven België. Vijftig jaar waarneming, onderzoek en verklaringen. Tielt, Lannoo, 1997, 288 p.

Bart Theunis


Ieder van ons herinnert zich nog wel de golf van ufo-waarnemingen boven Belgisch grondgebied en de daarop volgende hetze in de media een tiental jaren geleden. De Leuvense professor emeritus John van Waterschoot wijdde er een boek aan. Een wetenschappelijke autoriteit die schrijft over een vaak vergruisd onderwerp: dat prikkelt zelfs de meest nuchtere geest.

De « ongeïdentificeerde vliegende voorwerpen » zijn altijd al een zeer controversieel gespreksonderwerp geweest en een open en wetenschappelijk verantwoord debat over die materie ligt nog steeds moeilijk. Van Waterschoot slaagt er echter zeer goed in met een nuchter betoog van ongeveer 300 bladzijden de kritische lezer te boeien. Wie een eensluidende verklaring van de problematiek verwacht, komt bedrogen uit. Of toch niet ? Van Waterschoot schetst, verklaart en evalueert het gekende. Als wetenschapper begeeft hij zich niet verder dan het kenbare of het verantwoord denkbare. Voor fantastische verhalen en 'New Age-achtige' mythologieën begeeft de geïnteresseerde lezer zich best naar een andere afdeling van de lokale boekhandel of bibliotheek. Op zich kan dat opzet bevredigend genoeg zijn.

Anders dan de titel laat vermoeden, behandelt het boek de ruimere ufo-problematiek en vormen de Belgische waarnemingen enkel een uitgebreide illustratie. In eerste instantie wordt het pionierswerk van de Amerikaanse professor Allen Hynek toegelicht. Meteen wordt ook de teneur van het hele boek gezet : het ufo-fenomeen is als het lijf van de olifant waarvan enkele blinden elk een ander lidmaat betasten en de overgrote meerderheid dat weigert te doen. Van Waterschoot haalt stevig uit naar de (geslaagde) pogingen tot ridicularisering van het onderwerp.
1 De auteur dekt zich stevig in tegen al te gemakkelijke kritiek. In de analyse wordt enkel gesteund op een minieme fractie van het onzaglijke aantal onverklaarbare waarnemingen die sinds de Tweede Wereldoorlog over de hele wereld geregistreerd werden. Op basis van die gegevens komt hij tot het besluit dat er in het luchtruim inderdaad rondvliegende ongeïdentificeerde voorwerpen gesignaleerd worden en dat er voor die fenomen al te vaak geen sluitende, al dan niet wetenschappelijk verantwoorde, verklaring kan gevonden worden. Het is niet onbelangrijk te onderstrepen dat het hier over ufo's gaat en niet noodzakelijk over vliegende schotels, bestuurd door buitenaardse gezanten die 's zondags intergalactische uitstapjes maken.

Toch sluit Van Waterschoot geen enkele mogelijke verklaringsgrond expliciet uit. Hij kent ze enkel graden van waarschijnlijkheid toe. Dat is een kwestie van intellectuele eerlijkheid : wat niet geweten is, kan ook moeilijk ontkend worden.

Van Waterschoots boek is een pleidooi voor meer openheid van de overheden en vooral een verkenning van de zwakke plekken van de menselijke wetenschappelijke kennis. Immers, « wat we weten is een druppel, wat we niet weten is een oceaan »
2.

1 Zie bijvoorbeeld de ondertitel bij de proloog : « Belachelijk maken is geen wetenschap, geheimhouden geen democratie ».
2 Isaac Newton.

           

           

Artikels

Recensies

Inzendingen

Redactioneel

Email

Home