|
Guy Notelaers
De titel van het boek geeft de lezer eigenlijk al een mooie samenvatting.
'Zijne Heiligheid' uit het ontegensprekelijke woord van God. Hij draagt de waarheid
in zich. En in dat opzicht is het boek zeer interessant.
De lezer wordt meegenomen naar het Polen van voor de Tweede Wereldoorlog en leert
er een jonge en energieke Wojtyla kennen. Zijn interesse voor literatuur, toneel
en filosofie openen voor de leek een blik op het antwoord op de vraag waarom de Poolse
kerk in de na-oorlog overeind is gebleven. Het Christemdom is doorheen
de geschiedenis van Polen een centrale politieke actor geweest. Door een sterke missionering
werd de ganse bevolking in alle uithoeken van het land betrokken bij de Kerk. Onder
de verdrukking door de communisten bleef de Kerk sterk inspelen op de symboliek van
de Poolse natie. Ook de Wojtyla bespeelde later tijdens zijn bezoeken aan Polen de
Kerk als symbool van de Poolse ziel. Hoewel Polen het enige communistische land werd
waar de Kerk gedoogd werd, irriteerde het communisme Wojtyla. In één van
zijn werken, 'The Acting Person', lezen we de kern van het pauselijk politieke denken
:"Hij benadrukte de zelfbeschikking van het menselijke wezen : het individu
bepaalt zelf zijn leven, moet het zelf vorm geven; en hieruit volgt dat een maatschappij
en een politiek systeem het individu de mogelijkheid moeten geven tot zelfbeschikking.
Wanneer aan de ene kant het sociaal-politieke systeem die zelfbeschikking niet haar
eigen rechten verleent dan is de staat laakbaar. Aan de andere kant, wanneer maatschappijen
en culturen het individu toestaan zuiver individualistisch te zijn, zodat het geen
rekening hoeft te houden met de gemeenschap, iets wat zelfbeschikking zowel vereist
als in het leven roept, dan vallen de sociale samenwerkingsverbanden uiteen."(p.
117-118)
Het boeiende deel van het boek stopt daar echter en de ondertitel "Johannes
Paulus II en de verborgen geschiedenis van onze tijd" blijft ook voor de lezer
verborgen. De auteurs komen niet verder dan een geheime afspraak tussen de Reagan
Administration en de Paus. De voor de hand liggende samenwerking tussen Solidarnosc
en het Vaticaan moet dan de rest doen. Of dat genoeg is voor een succesrijke samenzwering
tegen het communisme is inderdaad ten zeerste de vraag. Interessant is echter dat
de paus later het neoliberalisme ook op basis van het geciteerde theorama kan veroordelen.
Toch krijgt de lezer niet de indruk dat het dan gaat om een principiële veroordeling,
maar eerder om het resultaat van zijn eenzaamheid. Tijdens zijn laatste bezoek aan
Polen is de opkomst minder dan verwacht. De paus stelt vast dat de Polen, bevrijd
van de communisten, onder het juk van het kapitalisme een nieuw geloof hebben gevonden,
niet het historisch materialisme maar het materialisme à fond. Niet de zachte
vorm van de assaconsumptiemaatschappij die in het Westen heerst maar een Lumpenkapitalismus,
een woest en ellendig soort kapitalisme, een strijd van mens tegen mens.(p. 387)
Het ergert de paus, en die ergernis blijft een kentrek die hem nu nog tekent. De
man die mede omwille van zijn bemiddelend optreden tijdens het tweede Vaticaans
Concilie werd gekozen, raakt langzaam maar zeker geïrriteerd door elke maatschappelijke
verandering. Hij klaagt de Duitse Kerk aan voor haar contraceptiestandpunt en de
VN voor de geboortebeperking; hij veroordeelt ook de hang naar democratie binnen
de Kerk, de vrouw, en noem maar op. De paus
schuwt daarvoor geen lobbywerk en zware diplomatie. Zo krijgt hij stokken tussen
de wielen gestoken van de voorbeidingscommissie van de VN die een actieprogramma
opstelt voor het Jaar van het Gezin.Dat is op zich echter niets nieuws en die indruk
blijft het boek geven. Het komt niet verder dan een
lang en te sterk gedetailleerd verhaal dat de lezer soms op een niets
omhanden hebbend zijspoor brengt.
|