|
Jo Deferme
Enkele decennia geleden verscheen er in België regelmatig wel iets over Europa
en de Europese idee, van de hand van de autoriteit Hendrik Brugmans. Maar de laatste
jaren lijkt de aandacht bij ons, in tegenstelling tot in Nederland, wat verslapt
te zijn.
Den Boers Europa. De geschiedenis van een idee boek is een boek van het type
dat uitnodigt tot lezen. Het oogt niet alleen aangenaam, het leest ook vlot. Bovendien
besteedt de auteur niet alleen aandacht aan de historische feiten en de politieke
aspecten, maar ook aan mythes en ideeëngeschiedenis. Traditiegetrouw begint
hij zijn verhaal bij Herodotus en zijn geografische opdeling van de wereld enerzijds,
en bij de etymologische oorsprong van het woord Europa anderzijds. De eigenlijke
vorming van de Europese idee situeert Den Boer in de negentiende eeuw, omdat het
begrip toen pas een echte historisch fundering kreeg.
In de voorgeschiedenis van het idee van Europa ontwaart hij drie hoofdelementen:
ten eerste de identificatie van Europa met vrijheid, ten tweede met christendom en
ten derde met beschaving. Vaak koppelde men daaraan een gevoel van suprematie. Die
suprematie ging echter verloren na de Tweede Wereldoorlog. Ten slotte merkt de auteur
in zijn inleiding terecht op dat ‘Europese identiteit’ een moeilijk te hanteren en
bovendien gevaarlijk begrip is, omdat “het botst met de ideeën van diversiteit
en pluriformiteit, die juist als kenmerken bij uitstek van de Europese cultuur beschouwd
dienen te worden” (p.12).
Het is spijtig dat Den Boer die kritische noot beperkt tot enkele regeltjes in zijn
inleiding. Verder in het boek behandelt hij de Europese idee inderdaad in al haar
veelzijdigheid, maar anderzijds wordt Den Boers houding soms ook gekenmerkt door
een enthousiasme dat weliswaar aanstekelijk werkt, maar af en toe toch weinig kritisch
overkomt. Bijvoorbeeld in de volgende gedachtengang: “Het groeiende zelfvertrouwen
had meer openheid en een uiteraard neerbuigende, maar onmiskenbaar verhoogde belangstelling
(voor niet-Europese gebieden) tot gevolg. Het is de angst, het zich bedreigd voelen
dat geborneerd maakt en doet afsluiten”(p.82).
Af en toe ontbreekt dus een kritische houding, wat echter niet wegneemt dat het werk
degelijk met bronnenmateriaal onderbouwd is. Anderzijds biedt het boek nauwelijks
nieuwe inzichten. Wie ooit een gelijkaardig werk doorgenomen heeft, zal ongetwijfeld
de indruk krijgen dat hij het allemaal al eens gelezen heeft. Ook wat de wetenschappelijke
hanteerbaarheid betreft, valt er op het werkje één en ander aan te merken.
Het biedt wel een degelijk notenapparaat, maar er ontbreekt een literatuurlijst en
het register, dat alleen persoonsnamen bevat, geeft ook maar een povere indruk. Voor
een deel van de lezers is dat misschien volstrekt onbelangrijk, maar wie na de lectuur
toch nog wat meer te weten wil komen over de materie, zal elders moeten gaan zoeken.
Met andere woorden, Pim den Boers Europa. De geschiedenis van een idee is
zeker geen originele studie met vernieuwende inzichten. Dat neemt niet weg dat het
voor de geïnteresseerde leek die ook eens wat wil lezen over de Europese idee,
een betrouwbaar en aangenaam leesbaar werk kan zijn.
|