|
Pieter Vandekerckhove
De tijd dat de politiek haar gang kon gaan zonder dat de kiezer zich daarbij vragen
stelde, is voorbij. Kiezers worden mondiger, aanvaarden geen excuses meer, geen moeilijke
nietszeggende woorden, en stellen politici voor nieuwe uitdagingen. De burger wil
openheid en duidelijkheid in een nieuwe politieke cultuur. De burger wil een doorzichtiger
bestuur, en duidelijkere garanties tegen belangenvermenging.
Ook de overgang van de oude industriële samenleving naar de post-industriële
informatiesamenleving brengt heel wat mogelijkheden voor democratische vernieuwing
met zich mee. De nieuwe media (Internet) zorgen er immers voor dat zowel het transportprobleem
van de democratie (hoe krijg je fysiek alle burgers bij elkaar om te beslissen) als
het inhoudelijke probleem (hoe slaag je erin om iedereen beter bij de besluitvorming
te betrekken zonder dat ze elke avond moeten vergaderen of meters dossiers moeten
doornemen) op een andere manier kunnen benaderd worden.
In dit artikel wil ik stilstaan bij een aantal van de nieuwe kansen en nieuwe uitdagingen
die de nieuwe media met zich meebrengen. Het is immers niet onbelangrijk om ons op
deze ontwikkelingen voor te bereiden. Enkel op die manier grijpen we de kans om onze
toekomst zelf vorm te geven
Het verband tussen politiek en communicatie
Dat de nieuwe Informatie en CommunicatieTechnologie - zeg maar Internet - onze manier
van communiceren sterk zal veranderen, zal wel niemand verbazen.
Communicatie is echter van vitaal belang voor de sociale cohesie. De mogelijkheid
om met elkaar te communiceren - bijvoorbeeld het communiceren van complexe symbolen
of van ideeën - wordt algemeen beschouwd als één van de ware onderscheidende
kenmerken van de menselijke soort.
Nochtans wordt de verandering van de manier waarop we communiceren en de invloed
daarvan op de politiek heel vaak onderschat. Dat is des te opmerkelijker omdat we
zien dat in het verleden belangrijke historische periodes samenvielen met belangrijke
veranderingen in de manier waarop gecommuniceerd werd.
De overgang van neanderthaler naar moderne mens viel samen met het ontstaan van de
vocal tract die toeliet dat de
mens begon te spreken (35000 jaar terug). Met de komst van het schrift zien we ook
het ontstaan van de eerste beschavingen en de eerste stadstaten. De Griekse bloei
viel samen met de ontwikkeling van het alfabet en de verpreiding van de geletterdheid.
Het ontstaan van de pers zorgde voor de Renaissance en de vroege moderniteit. De
doorbraak van de tv had een beslissende invloed op bijvoorbeeld electorale campagnes.
Zo wordt vrij algemeen aanvaard dat Richard Nixon, die aanvankelijk veel populairder
was dan de onbekende J.F.Kennedy de presidentsverkiezingen verloor tijdens een abominabel
televisiedebat tegen J.F.Kennedy.
Bepaalde auteurs (R.Deibert) beweren dat deze samengang geen toeval is. Deibert onderzocht
de mogelijke relaties tussen politiek en communicatietechnologie en bekeek dat ook
vanuit het perspectief van de nieuwe informatie- en communicatietechnologie die momenteel
ontstaat. Daarbij moeten we ons realiseren dat de informatietechnologie de komende
twintig jaar meer zal veranderen dan de afgelopen 200 jaar.
Communicatie en de schaal van de democratie
In het verleden werd er vaak gediscussieerd over de maximale grootte van een groep
of een gemeenschap om nog democratische bestuurd te kunnen worden. Een groot deel
van deze ideeën werden recent opnieuw opgerakeld door een aantal groene denkers.
'Small is beautifull' van Schumacher en de 'ecologische stadstaten' van Murray Bookchin
kiezen resoluut voor kleinschalige gemeenschappen vanuit een basisdemocratische bekommernis.
Aristoteles beweerde in de vierde eeuw voor Christus dat democratie enkel maar kan
werken in een land dat kleiner was dan de stadstaten in Griekenland (de Atheense
democratie). Als reden haalde hij aan dat in een democratie alle burgers in staat
moesten zijn op één plaats en naar dezelfde spreker te luisteren. De grootte
van de democratie werd dan ook bepaald door de reikwijdte van de menselijke stem.
In de 18de eeuw vind je een aantal van deze ideeën terug in de teksten van Montesquieu
en Rousseau. Ook zij zien heel wat problemen opduiken wanneer democratie toegepast
wordt op een grotere schaal.
De crisis in onze democratie, en zeker het gebrek aan belangstelling voor de besluitvorming
op supranationaal niveau (denken we maar aan de Europese besluitvorming) wordt vaak
in verband gebracht met de grote communicatieproblemen die zouden bestaan tussen
politici op die niveaus en de burger.
De doorbraak van de eerste vormen van massacommunicatie loste een eerste reeks problemen
op. Via 'broadcast-technieken' was het voortaan mogelijk om een politieke boodschap
te richten naar veel meer dan enkele honderden of duizenden mensen. Radio en televisie
zorgden ervoor dat de burgers meer, beter en vaker politiek geïnformeerd werden.
De conventionele massamedia zijn echter éénrichtingsverkeer. Burgers kunnen
slechts op zeer beperkte manier reageren op politieke boodschappen. Krantenlezers
kunnen brieven sturen, en televisiekijkers kunnen soms deelnemen aan televoting-sessies.
Internet en de mogelijkheden voor de Politieke Vernieuwing.
Met de komst van Internet heeft straks iedereen de beschikking over een interactief
massamedium dat bovendien kan zorgen voor nieuwe vormen van verbondenheid.
Met het Internet evolueren we naar een plaatsloze samenleving waardoor het schaalprobleem
van de democratie zichzelf grotendeels oplost.
Als we de literatuur over de democratische betekenis van de nieuwe Informatie- en
Communicatietechnologie nader bekijken, zien we dat er - zeker vanuit politicologische
hoek - vooral gepubliceerd wordt over de mogelijkheden van de nieuwe technologie
om de directe deelname van burgers in het politieke proces te bevorderen.
Aangezien het vertrouwen in de klassieke, representatieve democratie de laatste jaren
serieus gehavend is en er stilaan een brede consensus ontstaat om bepaalde vormen
van directe democratie in te voeren als aanvulling op de representatieve democratie,
is het misschien niet overbodig om hier kort de mogelijkheden van Internet op een
rijtje te zetten.
Internet maakt een nieuwe manier van stemmen mogelijk, mensen moeten zich niet langer
naar het stemhokje begeven. In de VS wordt momenteel onderzocht op welke manier het
stemmen via Internet voor de volgende
presidentsverkiezingen (in 2000) kan gerealiseerd worden. Ook in België experimenteert
men reeds een tijdje met elektronisch stemmen, alleen gebeurt dat via terminals in
een stemhokje, waardoor belangrijke voordelen wegvallen.
Internet maakt het stukken eenvoudiger om toegang te krijgen tot overheidsinformatie,
allerhande politieke documenten, verslagen, .... Nu al zien we dat rechtstreekse
verslagen van parlementaire zittingen uitgezonden worden via televisie. Lokale politiek
wordt verslagen via regionale televisie. De lastige bureaucratische procedure die
vaak nodig is om aan informatie te geraken, kan nu overgeslagen worden.
De nieuwe communicatietechnologie maakt ook nieuwe vormen van politieke beraadslaging
mogelijk. Met de 'Electronic Town Meeting' via televisie, computer of een combinatie
van beide, slaagt men erin burgers directe toegang te verlenen tot hun leiders, zonder
de tussenkomst van journalisten. Oscar Wilde beweerde ooit dat het socialisme nooit
zal werken: 'it takes too many evenings'. Met Internet kunnen geïnteresseerden
via eenvoudige chatprogramma's (met Real Audio) voortaan politieke discussies houden.
Er ontstaan nieuwe mogelijkheden om te experimenteren met informatie-agenten. Dat
zijn technologische hulpmiddelen (software) die betrouwbare informatie verzamelen
en verwerken op basis van voorkeuren die opgegeven zijn door de gebruiker. We weten
immers dat de burger niet de tijd, noch de mogelijkheden of vastberadenheid heeft
om zich te verdiepen in alle politieke dossiers. Deze info-agents kunnen bijgevolg
gebruikt worden om mensen te helpen bij de politieke besluitvorming; info-agents
vervullen een rol die nogal wat gelijkenissen vertoont met de rol van de pers. Dat
betekent helemaal niet dat journalisten in de toekomst zullen verdwijnen; een degelijke
analyse van een politiek probleem zal immers nooit door een info-agent kunnen opgelost
worden. Info-agents zijn een aanvulling op de klassieke mediatie. Wel lijkt het mij
waarschijnlijk dat de rol van de journalisten stevig zal evolueren. Zij zullen zelf
ook meer autonome informatieverzamelaars en -verwerkers worden die zich voortaan
rechtstreeks tot het publiek kunnen wenden.
Een kritische kanttekening: sommige voorstanders van cyber-democratie zijn ervan
overtuigd dat Informatie-Agents gemakkelijk ''elk willekeurig ingewikkeld maatschappelijk
probleem in voor iedereen begrijpelijke brokken hapt.'' Dat is een illusie waarvan
het failliet al ruim een halve eeuw door de filosoof Wittgenstein werd vastgesteld.
Toch kan het Internet met zijn multimediale mogelijkheden en hypertext-faciliteiten
ervoor zorgen dat politieke informatie op een visueel aantrekkelijke en beter begrijpbare
manier wordt voorgesteld.
Nieuwe media zorgen ook voor een andere politiek. Met de komst van de televisie zagen
we reeds dat de rol van de individuele kandidaten steeds belangrijker wordt en dat
de rol van de politieke partijen vervaagt. Met de komst van het Internet zullen de
politieke partijen ongetwijfeld verder aan invloed inboeten. Maar ook de noodzaak
van peperdure persoonlijke campagnes zou kunnen verminderen. Via het Internet kunnen
politici met een minimum aan investering toch zichzelf promoten en hun kiezers bereiken.
Ook de introductie van informatie-agenten kan ertoe bijdragen dat burgers op een
meer autonome manier met informatie omgaan.
Via het Internet kunnen we ook verder experimenteren met nieuwe vormen van interactieve
democratie. Zo kan het systeem van de referentiegroepen - die als representatief
staal van de bevolking discussiëren en oordelen over bepaalde politieke uitdagingen
- de kloof tussen burger en politiek verder dichten.
Dienstbetoon kan grotendeels overbodig worden wanneer een mondige burger via Internet
op een meer directe manier zijn bekommernissen en problemen kan overmaken. Heel wat
administratieve problemen kunnen immers via Internet-technologie vereenvoudigd worden.
Internet, democratie en decentralisatie
Tijdens de Koude Oorlog waren Amerikaanse defensiespecialisten koortsachtig op zoek
naar een nieuwe manier om te blijven functioneren na een nucleaire aanval. Zowel
het netwerk als de wetenschappers moesten blijven functioneren en de strategische
kennis moest ten allen tijde gevrijwaard blijven. Bovendien moest de legerleiding
tijdens en na de atoomaanval in staat zijn de troepen bevelen te blijven geven. Zo
ontstond het Arpanet (Advanced Research Projects Agency) als commandonetwerk. Het
Arpanet is de voorvader van het huidige Internet.
Het Internet is bijgevolg de moeder van alle netwerken, een netwerk dat een heel
sterke decentralisatie toelaat. Het Internet wordt niet bestuurd en valt heel moeilijk
te reglementeren. Zelfregulering en zelfbestuur zijn de kernwoorden van de regelgeving
op het Internet. De besluitvorming rond technische dossiers (Internet-standaarden,
Domain Nameregelingen) gebeurt momenteel vooral door het ISOC (Internet SOCiety)
en vertrekt net vanuit een sterk geloof in dezelfregulering van het Internet.
Dat zorgt er meteen voor dat het Internet heel wat voordelen en troeven biedt als
communicatienetwerk voor een democratie. Het vallen van de muur tussen oost en west,
het afschaffen van de Apartheid wordt vaak aan de nieuwe Informatie- en communicatietechnologie
toegeschreven. De technologische evoluties zorgden er immers voor dat dictatoriale
regimes er niet langer in slaagden om hun onderdanen met 'de waarheid' te confronteren.
Wat moet de overheid nu doen?
De discussie over de rol van de politieke overheid in het begeleiden van deze nieuwe
vormen van democratie is een zeer fundamenteel debat waar ik nu niet verder kan op
ingaan.
Toch wil ik nog eens duidelijk stellen dat bovenstaande argumenten om Internet te
gebruiken om de politiek en de democratie te vernieuwen natuurlijk veronderstellen
dat elke burger toegang krijgt tot het Internet. Het debat rond de democratisering
van de nieuwe media is dan ook één van de belangrijkste uitdagingen voor
de toekomst als we een dualisering in de samenleving willen vermijden.
Bepaalde nieuwe fenomenen, zoals informatie-agenten of referentiegroepen zullen vanzelfsprekend
een sluitend wettelijk kader moeten krijgen om misbruikt te vermijden.
Besluit
De sleutel tot het overleven in de moderne wereld is de toegang tot kennis en informatie.
Zonder kennis en info zullen noch
individuen, noch bedrijven, noch organisaties, noch de natie in haar geheel kunnen
bloeien. Het Internetdebat zit momenteel echter heel vaak in de technologische sfeer.
De kracht van de nieuwe informatie en communicatietechnologie mag ons echter niet
afleiden van haar echte betekenis. Daarbij gaat het in eerste instantie om de kwaliteit
van het leven: het aanpassen van de gezondheidszorg en het onderwijs, het ondersteunen
van de democratie en het ondersteunen van de welvaartcreatie. Internet ontleent immers
zijn waar belang aan de veranderingen die erdoor in de samenleving kunnen plaatsvinden.
'Internet en democratie' is één van de thema's die binnenkort opgenomen
wordt door Vlaanderen Digitaal, een nieuwe
burgerbeweging die opgericht werd als burger-partner van de Digitale Coalitie (organiseert
hoortzittingen in het Vlaams Parlement rond de informatiemaatschappij). Vlaanderen
Digitaal wil rond tal van maatschappelijke Internetthema’s het debat in Vlaanderen
voeren. Geïnteresseerden in Vlaanderen Digitaal kunnen steeds een mailtje sturen
naar pvdk@sesuadra.org.
|