|
Guy Notelaers
Dit erg erg leesbaar werk van Verhulst is een mooi voorbeeld van een politiek pamflet
dat kost wat kost aanduidt wat het wil aanduiden : het grote gelijk van het referendum.
De auteur geeft weliswaar een mooi overzicht van argumenten en feiten over het referendum,
maar het gefundeerd politologisch discours valt nergens te bespeuren. Erger nog,
de argumenten zijn vaak oppervlakkig, niet op hun plaats en soms ronduit verkeerd
of irrelevant.
Zo vergelijkt de auteur de praktijk van het parlementair systeem met het ideale scenario
van de directe democratie. De praktijk van ons parlementair systeem zou al door de
mand vallen wanneer we het vergelijken met het ideale scenario van het parlementair
systeem.
Wanneer Verhulst een bij de haren getrokken Maslov in zijn argumentatie inlast, wordt
zijn discours bedenkelijk. Zou Maslov werkelijk democratie als basisnood gezien hebben?
Het lijkt wel de omgekeerde driehoek (p. 79-81). Democratie als zelfverwerkelijking
zou bij Maslov in de top van de behoeftenpyramide verschijnen. Door Maslov aan te
boren verraadt de auteur zijn utilitaristische invalshoek. Het boek legt een sterke
klemtoon op het individu die zichzelf realiseert doorheen de democratie en vergeet
haast het belang van burgerschap of van citoyen die in ieder individu kan schuil
gaan. Het verklaart waarom Maslov’s psychologie tot politieke wetenschap verwordt.
Hoewel de auteur zo eerlijk is om de tekorten van het referendum te schetsen, schiet
hij tekort wanneer hij de implicaties ervan niet ziet. Zo leert de praktijk in Californië
ook dat een smak geld tegen een campagne gooien de stemming in het nadeel van het
gewenste kan verlopen. Een redmiddel, behalve een verbod, zet de auteur helaas niet
uiteen.
Het referendum is het gouden kalf. De burger is genoeg onderlegd om extreem-rechts
in te dijken via het referendum, hij kan de onmacht die uit de McWorld voortvloeit
machtig maken. Maar ook Verhulst kan niet ontkennen dat de kiezer lui is. Teksten
van het referendum moeten makkelijker zijn, in kranten moet de inhoud duidelijk en
neutraal verschijnen, enz. Maar daarmee zijn we terug bij nul. Hoe verzoenbaar is
de luie kiezer met het concept van integrale democratie?
Met het verdiepen van de democratie dreigt Verhulst te vervallen in het totalitarisme
van de meerderheid. Hij verguist de verscheidenheid van het Belgisch besluitvormingsproces
zoals die uiteengezet is door Dewachter in ‘Besluitvorming in politiek België’.
Daarmee zet hij het concept van integrale democratie op de helling. Moet iedere burger
zich kunnen uitspreken over interprofessionele akkoorden? Als de mensen van Klaas
‘ja’ zeggen dan kunnen we de vraag stellen wat de integrale democratie wel inhoudt.
Iedereen en dus ook de zelfstandigen, de gepensioneerden, de zelfstandigen, enz.
zou zijn zeg kunnen hebben over het reilen en zeilen van de arbeidsverhoudingen en
—voorwaarden. Subsidiariteit als beslissen zo kort mogelijk met het beleidsveld staat
dan helemaal samen met integrale democratie op de helling.
Kortom, dit boek is niet het resultaat van bedachtzaam wetenschappelijk onderzoek,
maar van het koortsachtig zoeken naar argumenten in het voordeel van het referendum.
Een politiek pamflet voor het referendum zonder pardon.
|