|
Jos De la Haye
Sinds de ondertekening van de Dayton akkoorden in november ’95 bestaat Bosnië-Herzegovina
uit twee entiteiten, enerzijds de Federatie Bosnië-Herzegovina (een federatie
tussen Bosnjakken en Bosnische Kroaten) bestrijkt 49% van het grondgebied en anderzijds
de Republika Srpska 51% (hoofdzakelijk Bosnische Serven). De bevolking van Bosnië-Herzegovina
kreeg in september van dit jaar de gelegenheid om het beleid van haar politieke leiders
te evalueren. In het hele proces naar duurzame vrede toe, is dit slechts één
van de belangrijke stappen naast economische wederopbouw, terugkeer van de vluchtelingen
en ontheemden, hervorming van de politieke instellingen, nieuwe grondwet, privatisering,
ontmijning, vrij verkeer van personen, enz. De internationale gemeenschap — in de
hoedanigheid van internationale organisaties (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking
in Europa, Verenigde Naties, de Internationale Contact Groep, enz.) — heeft als voornaamste
taak toe te zien op de uitvoering en naleving van de vredesakkoorden. In dit artikel
komen de aanloop, het verloop en de afloop van de jongste verkiezingen aan bod en
gaan we na welke gevolgen dit kan hebben voor de toekomst van het land.
De aanloop
Voor de vijfde 1 keer werd aan de Organisatie voor Veiligheid en
Samenwerking in Europa (OVSE) 2 gevraagd
om de verkiezingen te coördineren en waarnemers te sturen. Het Datyon-akkoord
zelf voorziet geen ‘opt-out’ datum 3 voor het
toezicht houden op de verkiezingen in Bosnië-Herzegovina door de internationale
gemeenschap. De legitimiteit voor de OVSE aanwezigheid bij de verkiezingen van ’98
vinden we terug in de overeenkomsten van de Vredesimplementatieraad 4 van
november ’96. Tijdens deze "Peace Implementation Council" werd het mandaat
van de OVSE om toezicht te houden op de verkiezingen verlengd. De OVSE is verantwoordelijk
voor de registratie van de kiesgerechtigden, de registratie van de politieke partijen,
coalities en onafhankelijke kandidaten, de organisatie en training van de lokale
verkiezingscomités, de training en het uitzenden van ongeveer 2.500 ‘supervisors’,
het toezicht houden op het tellen en velt een eindoordeel over het verloop van de
verkiezingen en de geldigheid van de resultaten.
De verkiezingen van ’96 waren een succes voor de extreem-nationalistische partijen
die net oorlog hadden gevoerd. Zij kregen een democratisch mandaat. De nationalistische
gedachten die toen nog vers in het geheugen lagen, werden als verzachtende omstandigheid
aangenomen. Vandaag is de politieke en economische situatie in de beide entiteiten
van Bosnië-Herzegovina geëvolueerd. Een belangrijk probleem voor de nabije
toekomst is de toenemende kloof tussen de Federatie en de Republika Srpska. Deze
ongezonde evenwichtsstoornis kan makkelijk de bron worden voor nieuwe conflicten.
Onder druk van de internationale gemeenschap (door bijvoorbeeld de financiële
kraan dicht te draaien) werd in de Republika Srpska van de harde lijn afgeweken.
President Biljana Plavsic maakte geen "U-turn" want ze bleef op sommige
vlakken toch voet bij stuk houden, maar kon samen met haar nieuwe eerste minister
Dodik wel internationale fondsen loskrijgen. Dit leidde tot een breuk met Pale, het
zuidelijke gedeelte, waar Karadzic achter de schermen de touwtjes nog in handen heeft.
Tegen september ’98 had de Republika ongeveer 5% van de economische steun ontvangen
die voor haar was weggelegd. Een zeer mager resultaat, maar wel een belangrijke aanzet.
De drie coalitiepartijen (SNS, SNSD en SPRS 5)
hadden samen één coalitiepartij gevormd, SLOGA, waarmee ze naar de verkiezingen
zijn gegaan. Samen wilden ze de ingevaren koers verder zetten en de Dayton-akkoorden
verder uitvoeren om met de verkregen economische steun de entiteit er weer bovenop
te helpen. De internationale gemeenschap, met name de Verenigde Staten, steunde openlijk
de SLOGA-coalitie en andere partijen die voor Dayton waren. De Servische Democratische
Partij (SDS 6
) — de partij van Karadzic, nu onderleiding
van Dragan Kalinic — verzette zich tegen de vredesakkoorden. Nikola Poplasen van
de Servische Radikale partij (SRS 7 ) was bereid
om hier en daar in te gaan op de Dayton-akkoorden, maar verzette zich tegen de terugkeer
van andere etnische groeperingen in de Republika Srpska. De werking van de politieke
instellingen in de Republika werd bemoeilijkt door de interne strijd tussen de regerende
coalitiepartners enerzijds en de nationalistische partijen anderzijds. De SDS en
de SRS hebben geregeld acties ondernomen om het beleid van de regering te doen ontsporen.
De regering-Dodik heeft de bevolking er niet van kunnen overtuigen dat de ingeslagen
weg de juiste was voor het vredesproces.
In de Federatie tussen de Bosnjakken en de Bosnische Kroaten liep het ook niet van
een leien dakje. De uitvoering van de vredesakkoorden stelde daar minder problemen
dan in de Republika Srpska, de externe economische steun volgde dan ook sneller.
Veel bedrijven investeerden reeds in gebieden van de Federatie en veel organisaties
hebben een zetel in Sarajevo. De Wereldbank coördineert samen met de Europese
Unie wederopbouwprojecten. De infrastructuurwerken zoals wegen, spoorwegen, energie-
en watervoorzieningen en telecommunicatie zijn sterk verbeterd in vergelijking met
twee jaar geleden. Het politieke klimaat binnen de Federatie was de jongste jaren
echter labiel. De gedwongen samenwerking tussen de Bosnjakken en de Bosnische Kroaten
sinds 1994 kwam geregeld op de helling te staan. De oorzaak daarvan is nog steeds
het gebied Herzegovina dat door de Bosnische Kroaten geclaimd wordt. De bereidheid
om een multi-etnische samenleving tot stand te brengen, kent ook binnen de Federatie
tegenwerking. Voorbeelden zijn de initiatieven van de Bosnisch-Kroatische Democraten
(HDZ 8
) om de terugkeer van Bosnjakken
en Serven naar Mostar te verhinderen. Het HDZ ijvert voor een terugkeer naar Kroatië
van het gebied Herzegovina. Hieromtrent is er binnen het HDZ onenigheid gerezen.
Kresimir Zubak, lid van het collectief presidium 9,
heeft zich van het HDZ afgescheiden en een eigen partij opgericht, het Nieuw Kroatisch
Initiatief (NHI 10). Met zijn partij wilde Zubak een duidelijk signaal
geven dat de Federatie moet blijven bestaan en dat de ingeslagen koers moet worden
vervolgd. De internationale gemeenschap reageerde gunstig op dit nieuw initiatief.
Eén van de voornaamste verdiensten van de internationale aanwezigheid is wel
de invoer van de nieuwe nummerplaten voor wagens, waardoor het niet meer mogelijk
is de herkomst af te leiden. Dit bevordert de mobiliteit, niet enkel tussen de verschillende
entiteiten maar ook binnen de entiteiten zelf zoals bijvoorbeeld binnen de Federatie.
De veiligheidssituatie in Bosnië-Herzegovina is — gelet op de omstandigheden
— relatief goed. Er is wel het probleem van de ontmijning. Vorig jaar werden er ongeveer
28.500 mijnen onschadelijk gemaakt op een totaal van 3 miljoen mijnen verspreid over
het hele grondgebied 11.
Een ander probleem blijft de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden. Volgens de
geest van Dayton moet de gecreëerde etnische zuivering tenietgedaan worden door
middel van een multi-etnisch terugkeerbeleid voor vluchtelingen. Op dit ogenblik
zijn ongeveer 110.000 van de 1,4 miljoen vluchtelingen teruggekeerd, het overgrote
deel naar een gebied met dezelfde etnische meerderheid als zijzelf. Slechts een minderheid
van de vluchtelingen is naar de eigen woonplaats kunnen terugkeren. Bijgevolg is
de meerderheid in een totaal nieuwe omgeving gevestigd. De terugkeer gebeurde opmerkelijk
meer naar gebieden in de Federatie dan naar de Republika Srpska. In veel gebieden
zijn de vluchtelingen helemaal niet welkom — ook al zijn ze van dezelfde etniciteit.
Eén van de grootste problemen in de aanloop van de verkiezingen was wel de registratie
van de kiesgerechtigden. Men zou kunnen vermoeden dat de OVSE reeds een expertise
had opgebouwd na al haar ervaringen van voorgaande jaren. Toch bleken de obstakels
tijdens de registratieperiode moeilijk te overbruggen. Niet iedereen kon de juiste
identiteitspapieren voorleggen. Sommigen zagen in de registratie een legitimatie
van hun ‘nieuwe’ verblijfplaats. Een onvolledige lijst van kiesgerechtigden had reeds
problemen opgeleverd tijdens de verkiezingen van september ’96 en vorig jaar tijdens
de gemeenteraadsverkiezingen. Uit deze ervaringen wist men hoe gevoelig deze lijst
zou liggen en dat de minste problemen bij de registratie zelf ook wel gevolgen zouden
hebben voor het vlotte verloop van de verkiezingen.
De OVSE heeft tot enkele dagen voor de verkiezingen nog kandidaten van de kiezerslijst
geschrapt omdat deze zich niet hadden gedragen conform de afgesproken ‘gedragscode’.
Het verloop
Zoals dat in elk land het geval is speelt de media de weken en dagen voor
de verkiezingen een belangrijke rol. Het media-expertencomité dat toeziet op
de onafhankelijkheid van de media heeft een aantal keren moeten ingrijpen bij bepaalde
berichtgevingen. De mediakanalen werden sterk onder controle gehouden door de grote
(nationalistische) partijen. Zo werd in bepaalde gebieden van de Republika de krant
een paar dagen later geleverd. Deze en andere vormen van desinformatie verhinderen
dat de lokale bevolking een objectief beeld krijgt van de evolutie in het land.
Het verkiezingsweekend zelf verliep over het algemeen vlot. Het enige probleem was
dat de OVSE er niet in slaagde om voor een klein honderdtal kiesbureaus de lijsten
van de kiesgerechtigden tijdig op het kiesbureau af te leveren. Globaal genomen gaat
het hier om een klein percentage, maar een organisatie die voor de vijfde maal de
verkiezingen organiseert, weet dat ze op dit gevoelige vlak best geen fouten maakt.
Hoewel er verder geen ernstige veiligheidsproblemen zijn gemeld, heeft de geloofwaardigheid
van de organisatie bij de lokale bevolking ernstige schade opgelopen. De aanwezigheid
van internationale supervisors en waarnemers in de kiesbureaus was nuttig, maar men
mag niet vergeten dat ten eerste de meeste voorzitters van de kiesbureaus de procedures
kennen en ten tweede het hun proces is. Dit jaar werd geopteerd om in elk kiesbureau
continu één supervisor te aanwezig hebben. De permanente aanwezigheid belet
mogelijke fraude, maar het getuigt niet van veel vertrouwen in de lokale bevolking
en een grote bereidwilligheid om het proces aan hen over te laten. Waarschijnlijk
zal voor een andere formule gekozen worden bij de volgende verkiezingen.
De afloop
Op een bevolking van 3,7 miljoen werden 2.656.758 (72%) kiesgerechtigden
geregistreerd, wat minder is dan in ’96 (81.8%) 12.
Tijdens de verkiezingen werden er 1.879.339 stembiljetten geteld; dit is een opkomst
van 71% (of 51% op de totale bevolking). Dit is meer dan behoorlijk, maar het valt
wel op dat de opkomst in het westelijk deel van de Republika Srpska (67%) lager is
dan in het oostelijk deel (85%). Dit zou mede het verlies van Biljana Plavsic kunnen
verklaren. Slechts 5.87% van de totaal uitgebrachte stemmen gebeurde ‘per absentee
ballot 13’ wat veel minder is dan twee jaar terug. Door een
verbeterd vrij verkeer van personen werd het stemmen makkelijker persoonlijk gedaan.
Het aantal ‘tendered ballots’,14 is ook
beperkt gebleven, namelijk 188.675 of 10%. Het merendeel (60%) van deze laatste werden
aanvaard. De redenen voor het verwerpen van deze ‘tendered ballots’ waren de afwezigheid
op de lijst van de kiesgerechtigden (28.9%), registratie in de verkeerde entiteit
(4.5%), onvoldoende informatie over de betrokkene (2.4%), dubbele registratie per
post of in de lijst (4.1%) en een onbevestigd burgerschap of verblijfplaats (0.4%).
De transparantie inzake deze ‘tendered ballots’ is verbeterd in vergelijking met
’96, want toen leefde het idee dat alle ‘tendered ballots’ als ongeldig werden bestempeld.
Het collectief presidium van Bosnië-Herzegovina krijgt twee nieuwe gezichten,
namelijk de gematigde socialist Radisic Zivko van de Bosnisch-Servische SLOGA coalitie
en de extreem-nationalistische Kroaat Ante Jelavic van HDZBiH. Alija Izetbegovic,
de kandidaat van de Bosnjakken SDA, werd herverkozen met 87% van de stemmen (511.541
effectieve voorkeurstemmen). Zivko Radisic werd met 51% (359.937) van de stemmen
verkozen, hij had 45.701 (6%) méér voorkeurstemmen dan de huidige Bosnisch-Servische
vertegenwoordiger Momcilo Krajisnik. Ante Jelavic won overtuigend met 53% (189.438)
van de stemmen tegen de tweede kandidaat van de SDP (32%). De huidige vertegenwoordiger
Zubak kende niet het verhoopte succes want hij kreeg slechts 40.880 voorkeurstemmen
(11%). De voornaamste verschuivingen liggen ten eerste in de vervanging van de gematigde
Zubak door een duidelijk meer extreem opgestelde Jelavic en ten tweede in de vervanging
van de extremistische Krajisnik door een meer gematigde Radisic. Deze laatste kon
reeds in ’96 rekenen op steun van Bosnjakken en Kroaten toen hij opkwam als tegenkandidaat
van Plavsic. Het is tekenend voor het huidige moreel-politieke klimaat dat de extremistische
partijen aan steun verliezen. Hun kandidaten hebben inderdaad de verkiezingen gewonnen,
maar met opmerkelijk minder overtuiging dan twee jaar geleden.
De presidentsverkiezingen in de Republika Srpska tonen het egenovergestelde. De gematigde
Biljana Plavsic (40%) werd aan de kant geschoven door de meer radicale Poplasen (44%),
een verschil van 36.078 effectieve voorkeurstemmen. In de Nationale Assemblee van
de Republika Srpska blijft de SDS de grootste partij, weliswaar met een aanzienlijke
achteruitgang 15
(45 zetels in ’96, 24 in ’97 en
nu 19) ten voordele van meer gematigde partijen. Het SDS had samen met het SRS een
alliantie afgesloten, waardoor zij samen 30 zetels kregen (systeem Saint Lague).
Het SRS kreeg na verdere verdeling (systeem D’hondt) 11 zetels toebedeeld. De gematigde
partijen hebben een samenwerkingsakkoord gesloten met de Bosnjakken en de Kroaten
(een coalitie van 37 zetels 16 ). Indien
zij erin slagen om ook de partij van Radisic (SPRS) te overtuigen, vormen ze een
meerderheid van 47 op 83 en kan Dodik als eerste minister aanblijven. Het is president
Poplasen die de eerste minister aanduidt en die nieuwe verkiezingen kan uitschrijven.
Dat zal waarschijnlijk niet gebeuren, gelet op de dalende trend van de extremisten
en radicalen. Binnen de Federatie liggen de kaarten anders en duidelijker. Ondanks
het verlies van de extremistische partijen (SDA en HDZ) blijven zij dominant. De
nieuwe partij van Zubak (NHI) maakt een bescheiden intrede in het parlement met vier
zetels. Kortom, het meest in het oog springende resultaat is de nederlaag van die
partijen die tot hiertoe hebben meegewerkt aan het vredesproces (in de ogen van de
internationale gemeenschap). Het enige verzachtende element is de achteruitgang van
de extremistische partijen.
Hoe moeten we de resultaten interpreteren en wat betekenen ze voor de toekomst van
het vredesproces? Er werd "tegen iets" gestemd. Dit "iets" kan
Dayton, Plavsic of het drukkend beleid van de internationale gemeenschap zijn. Ook
speelt het kiessysteem mee, want het systeem van evenredige vertegenwoordiging werkt
etnisch stemmen in de hand. Welk kiessysteem men wil hanteren, is een politieke keuze
en een belangrijk onderdeel van de vredesopbouw. Een kiessysteem waarin men ook voor
andere etnische kandidaten moet stemmen 17
doorbreekt een onnodige mentale muur. Het resultaat van deze verkiezingen geeft sterk
aan dat het proces eigendom is van de bevolking zelf. Het is niet aan de internationale
gemeenschap om te bepalen wat, hoe en wanneer. De internationale gemeenschap moet
optreden als "supervisor" en niet als dirigent. Zoals de verkiezingssupervisor
moet de internationale gemeenschap het proces volgen, suggesties doen bij problemen
en serieuze problemen aanklagen of eventueel ingrijpen, maar tegelijkertijd niet
vergeten dat de eigenaar van het conflict en van het vredesproces de lokale bevolking
zelf is. Bij de implementatie van Dayton moet meer de nadruk worden gelegd op het
moreel-politieke klimaat en/of het wegwerken van sentimentale muren 1b
die na de oorlog zijn ontstaan. Wat wordt er gedaan om het verleden te helen? De
oorlog werd opgelegd d.m.v. een top-down benadering; de vrede kan er slechts komen
d.m.v. een bottom-up benadering. Het probleem van etnische veiligheid duidt al sterk
aan dat er geen subjectieve veiligheid is. Dayton legt de nadruk op objectieve veiligheid
(IPTF, SFOR en nu ook MSU), maar hiermee voelt de gewone Bosnische Serviër zich
nog niet veilig wanneer hij door de Federatie loopt. Hier moet men niet enkel met
de vinger naar de Bosnische Serviërs (SDS of SRS) wijzen, want het jongste voorbeeld
vond plaats in Tasovcici — Capljina. Indien de Bosnjakken niet naar Capljina en Stolac
kunnen terugkeren (HDZ beleid) zullen de Kroaten ook niet terug naar Konjic en Centraal-Bosnië
kunnen. Het is hoog tijd dat er naast de structurele componenten, ook de niet-structurele
bouwstenen — ofwel de ‘software’ — van duurzame vrede aandacht krijgen.
De kiezers hebben niet tegen Dayton gestemd. Anders zouden het SDS en het SRS meer
stemmen hebben gehaald. Het signaal dat de kiezers wilden meegeven, was dat ze wel
voor Dayton zijn maar zonder de terugkeer van de vluchtelingen en de ontheemden.
Poplasen zal duidelijk maken dat hij voorstander is van Dayton, maar volgens zijn
eigen interpretatie. Die houdt in dat er geen terugkeer moet komen, maar een compensatie
voor het geleden verlies van de eigendom. De internationale gemeenschap kan hierop
reageren door Poplasen af te zetten (Westendorp heeft deze bevoegdheid), met burgerlijke
onrust als gevolg. De ontknoping van de politieke machtsverhouding ligt in de aanduiding
van de eerste minister. Kiest Poplasen voor Kraijsnik, Dodik of een andere kandidaat?
De lokale mafia en de — nog vrij rondlopende — oorlogsmisdadigers zullen hier ook
hun invloed uitoefenen.
De internationale gemeenschap werd duidelijk teruggefloten door de lokale bevolking
van Bosnië-Herzegovina. De verdere aanpak van het vredesproces moet meer aandacht
hebben voor een bottom-up benadering, moet meer werken aan het moreel-politieke klimaat.
De moeilijkheden waarmee de internationale gemeenschap nu te kampen heeft, heeft
ze zelf gezaaid door haar slechte aanpak vóór en tijdens het conflict.
Wanneer we kijken naar wat er allemaal gebeurt in Kosova, is Het duidelijk dat ze
haar les niet schijnt geleerd te hebben.
1 Sentimentale muren: manieren van denken, houdingen
en aanvoelen die het stellen, analyseren en aanpakken van problemen in de weg staan.
1b Verkiezingen in Mostar in juli ’96, algemene verkiezingen
september ’96, gemeenteraadsverkiezingen in september ’97 en in de Republika Srpska
november ’97.
2 Vanuit de vredesonderhandelingen werd aan de OVSE
gevraagd om de verkiezingen mee te coördineren. Daarnaast heeft de OVSE ook
nog een mandaat inzake regionale stabiliteit en mensenrechten.
3 Met ‘opt-out’ wordt de mogelijkheid bedoeld om als
organisatie uit het vredesproces te stappen en het land te verlaten.
4 De "Peace Implemenation Council" is de
raad die toeziet op de naleving van de vredesakkoorden en het vredesproces bijstuurt
als er zich problemen voordoen.
5 Srpski Narodni Savez Republike Srpske (SNS) is de
partij van Biljana Plavsic en bij het SNSD staat de "D" voor Dodik, beiden
zijn gematigde Bosnische Serven, de Socijalisticka Partija Republike Srpske (SPRS)
zijn de Bosnisch-Servische Socialisten en vormen een kleine gematigde partij.
6 Het SocialDemocrati Stranka (SDS) zijn de Bosnisch-Servische
extremisten met hun hoofdkwartier in Pale, waar ook Radovan Karadzic verblijft.
7 De Srpska Radikalna Stranka (SRS) verzamelt de radikalen.
Ze zijn minder extreem dan het SDS. Het breekpunt van het SRS is de terugkeer van
de vluchtelingen.
8 De Hrvatska Demokratska Zajednica (HDZ) zijn de
Bosnische Kroaten met een extremistisch programma. Zij ijveren voor een Groot-Kroatië.
9 Het presidentschap in Bosnië-Herzegovina bestaat
uit drie personen (uit elke etnische groep één afgevaardigde), vandaar
de term collectief presidium.
10 De Nova Hrvatska Incijativa (NHI) is de nieuw opgerichte
partij van gematigde Bosnische Kroaten.
11 PIOOM, World Conflict & Human Rights Map
1998, Leiden University, 1998.
12 http://www.oscebih.org/98results/el98-results.htm en eigen verwerking van deze gegevens.
13 Het ‘per absentee ballot’ stemmen is een methode
om de kiezer te laten stemmen zonder dat hij effectief aanwezig is in de kieskring.
Zo kon bijvoorbeeld een Bosnjak die in de Republika Srpska woont stemmen voor een
kandidaat die opkwam in de Federatie.
14 De tendered ballot is een stembiljet voor personen
wiens naam niet op de lijst van de kiesgerechtigden staat maar die toch een identiteit
kunnen voorleggen. Van deze kiezers wordt eerst de identiteit gecontroleerd alvorens
de stem te laten meetellen.
15 Het achteruithobbelen van het SDS begon reeds in
juli ’97. Na de SFOR-operatie om een oorlogsmisdadiger op te pakken en toen enkele
maanden later de mediacontrole werd tenietgedaan verloor het SDS aan aanhang en steun
(ook financiële). Het verlies tijdens de november-verkiezingen van ’97 was dus
niet zo verwonderlijk.
16 Dit zijn de Koalicija (15), SNS (12), SNSD (6),
SDPBiH (2), HDZ (1), NHI (1).
17 Zie ook International Crisis Group Paper "Changing
the Logic of Bosnian Politics: Discussion Paper on Electoral Reform", 10 March
1998.
|