Religieuze symbolen in de reclame: een rage of een postmoderne trend?

Click hier om de tekst als rft te downloaden


Michel Walrave

Wat hebben reclamelui toch met religie ? Sinds jaren zien we Don Patillo z'n pasta ophemelen, paters worden reeds lang ten tonele gevoerd om kaas en bier zingend aan te prijzen. Vandaag gaan de reclamemakers echter nog verder dan het weergeven van of het spot drijven met een archaïsch of stereotype beeld van de Kerk. Niet alleen worden cruciale symbolen en figuren uit christelijke en andere godsdiensten ge- of misbruikt in reclameboodschappen, maar sommige reclameboodschappen pogen ook een religieuze sfeer uit te stralen. Wat zijn mogelijke verklaringen voor dat groeiende reclamefenomeen ?

Een leidmotief in de geschiedenis

Het gebruik van religieuze symbolen in het aanprijzen van goederen en diensten is niet nieuw. In de reclamegeschiedenis flakkert het verwijzen naar het religieuze in bepaalde perioden op om daarna uit te doven. In de straten van het oude Griekenland en in het Romeinse Rijk probeerden roepers de voorbijgangers aan te sporen om de produkten van hun opdrachtgevers te kopen. Deze eerste reclamemakers verwezen naar goden en godinnen om hun aanprijzingen meer overtuigingskracht en geloofwaardigheid te geven. Griekse roepers, bijvoorbeeld, meldden voorbijgangers dat de godin Fama (Pheme) hen had opgedragen te verkondigen dat de druiven van Korinthe een onovertroffen smaak hadden of dat het orakel van Delphi exacte voorspellingen deed.
Ook in de Middeleeuwen observeren we een opflakkering van de verwijzing naar religieuze symbolen en figuren, omdat men een gebrek aan geloofwaardigheid van reclame en handel wou compenseren. Handel en reclame werden namelijk door de Katholieke Kerk als 'negotia illicita' gebrandmerkt. De burgers redeneerden daarenboven dat ze een goed produkt kenden van horen zeggen en dat een dubieus produkt door roepers gepromoot werd. Het is dan ook de tijd van venters en kwakzalvers die hun mirakuleuze produkten proberen aan de man te brengen. Om het reclamemaken wit te wassen van het sombere imago dat bij de bevolking leefde, verwees men graag naar het religieuze waarbij de band tussen het produkt en de aangehaalde bbijbelse tekst of het symbool vaak ver zoek was. Zo kon men lezen boven de toonbank van een winkel: "Mozes zei aan zijn volk gij zult den here zoeken, hier verkoopt men visjens en oliekoeken". Door te verwijzen naar teksten, symbolen of figuren van een dominante godsdienst wou men reclame en produkten met een aureool van zuiverheid en vertrouwen voorzien. Eeuwen later vindt de reclameman terug de weg naar de christelijke symboliek. Welke tendensen stimuleren dit teruggrijpen naar cruciale religieuze symbolen en figuren voor de promotie van auto's, bier, truitjes en pasta ?

Een symptoom van het postmodernisme
Een eerste poging tot verklaring kunnen we vinden in enkele tendensen van het postmodernisme. De moderne maatschappij kenmerkte zich door een centralisering, verzuiling, een groot geloof in gezag en daaruit voortvloeiend een sterke gerichtheid naar waarden en normen. Op marketingvlak uitte dit zich in een sterk produkt-gericht denken, waarbij standaardisering van aanbod voor relatief homogene markten primeerde. Dit ging langzaamaan over in een zg. postmoderne samenleving die uniformiteit en centralisering afkeurt. Terwijl het modernisme rationeel en produktief in het leven staan voorop stelde, biedt het postmodernisme ons royaal het recht op emotionaliteit en meer vrije tijd. Het 'worden' heeft plaats geruimd voor het 'zijn'. Collectivisme viel voor het individualisme.
Vandaag moet het individu, dat op eigen benen is komen te staan, zijn weg vinden in een 'ontzuilde' samenleving die de teloorgang kent van bepaalde ideologieën. Hij moet zichzelf vorm geven en doet dit vandaag meer dan ooit door middel van o.m. zijn consumptiegewoonten. Door bepaalde produkten en diensten te benutten, zou het postmoderne individu deels zijn eigen identiteit ineen 'knutselen'. Die drang naar zelfexpressie maakt dat uniforme produktie van goederen en diensten achterhaald is. Er is geen unieke stijl meer, geen mode meer, maar er zijn mengelingen van stijlen, looks, en op- en ondergaande rages. De marketing moet zich dus concentreren op de consument als individu, zijn (nieuwe) waarden en wensen onderzoeken en vandaaruit zijn beleid plannen.
Hieruit distilleren we drie hypothesen die een eerste poging zijn om het stijgend gebruik van religieuze symbolen in de reclame te helpen verklaren.

1. Individualisme in de consumptiecultuur
Het postmodernisme poneert dus een extreem individualisme en stelt alle instellingen en gevestigde zingevingssystemen in vraag. Er vindt een beeldenstorm plaats door symbolen uit hun context te rukken, te ontdoen van hun originele betekenis en te plaatsen in een situatie om bijvoorbeeld een humoristisch effect te bereiken.
Anderzijds vinden we in dit fin de siècle een terugkeer van het spirituele: maar dan wel ‘religie à la carte’: men stelt z'n levensbeshouwing (filosofisch, religieus, politiek) samen door te kiezen uit het maatschappelijk menu. Ook door het consumeren van goederen en benutten van diensten knutselt de postmoderne consument een identiteit in elkaar. De consumptiemaatschappij botst echter met trends die ecologie en spiritualiteit voeden. Daarom probeert men enerzijds materialisme en anderzijds levensbeschouwing te versmelten. Ideëen, levenswijzen zijn te koop. Je consumeert geen produkt, je deelt in een levensstijl. Deze trend leidt tot de mythologisering van merken.

2. Mythologiseren van merken
De postmoderne consument lijdt, volgens marketingspecialisten, aan één kwaal, namelijk ‘brandswitching’. De huidige kritische consument blijft in weinig gevallen trouw aan één merk. Hij of zij vergelijkt en verandert snel zijn/haar koopgewoonten. Bedrijven willen terug de trouw verdienen van hun klanten. Daarom willen ze sterke merken bouwen en een wij-gevoel creëren onder de consumenten dat gebaseerd is op ondermeer verwijzingen naar diepe emoties en overtuigingen. Op die manier tracht merkreclame naar een vorm van religie toe te groeien en wil het functioneren als een godsdienst. De basisprincipes die we steeds meer terugvinden in merkreclame zijn: (1) creëer een mythe: geef een alledaags verschijnsel, produkt een nieuwe mystieke betekenis; (2) creëer een dialoog: verzamel er mensen omheen en geef hen door symbolen en rituelen een wij-gevoel; (3) creëer trouw: door beloften na te komen, door trouwe aanhangers te belonen. Sommige merken proberen nog in reclameboodschappen via ‘testen’ en het grafisch weergeven van ‘significante verschillen’ het effect van hun produkten geloofwaardig te communiceren. Daarbij worden soms ‘deskundigen’ opgevoerd die vanuit een labo de consument toespreken. Daarentegen proberen steeds meer merken het over een andere boeg te gooien. Ze willen uitgaan van een ‘groot idee’, een visie op het leven die het alledaagse produkt overstijgt. Deze visie probeert men te communiceren, niet alleen door monologen, massamediale reclameboodschappen, maar ook door een dialoog te stimuleren door middel van directe media: commerciële brieven met antwoordmogelijkheid, commerciële telefoongesprekken, websites op het Internet met de mogelijkheid tot feedback via email. Om het wij-gevoel te stimuleren, creëert men ook ‘clubs’ en getrouwheidskaarten om een trouwe klant te belonen. Dankzij die pogingen tot dialoog met de aanhangers van het merk, kan men de vinger aan de pols houden van wat er leeft binnen die groep volgelingen en snel inspelen op hun noden en wensen. Dit is, zeer summier weergegeven, het systeem dat grote merken ontwikkelen om ‘gelovigen’ niet alleen te winnen maar ook te houden, wat men retentie- of relatiemarketing noemt.

3. Reclame-overload
Tenslotte is de meest voor de hand liggende verklaring dat vanuit een overload aan reclameboodschappen de creatieven in het reclamebureau alles in het werk stellen opdat hun reclameboodschap boven de massa uniforme advertenties en spots zou uitsteken door humor of provocatie, wat dan weer leidt tot gratis publiciteit in de massamedia. Wanneer de inspiratie op is, wanneer men geen argumenten meer heeft om z'n produkt of dienst aan te prijzen, dan verwijst men naar symbolen van een dominant zingevingssysteem, die op zich een grote gevoelswaarde hebben, of pikt men cruciale zinnen uit de fundamentele teksten van deze levensbeschouwing of godsdienst en vormt men ze om tot reclameslogans.

Met deze hypothesen als uitgangspunt kunnen we de reclameboodschappen die verwijzen naar het religieuze indelen in drie typen, waarbij een reclameboodschap tot één of meerdere types kan behoren.

1. Humor of provocatie
Het eerste type, dat we al geruime tijd observeren, vormt de reclameboodschappen waarin religieuze figuren, geestelijken soms in onverwachte of ongewone situaties worden opgevoerd om een glimlach uit te lokken of om te choqueren. Een affiche waarop een priester een non kust, heeft veel inkt heeft doen vloeien. Ook nonnen achter het stuur die een liftende priester aan de kant van de weg laten staan of paters die de lof zingen van kaas en bier en zwichten voor aardse geneugten zijn voorbeelden van dit type reclameboodschappen. Humor stopt en wordt spot wanneer geestelijken zich gekwetst voelen omdat men de functie die ze bekleden en de waarden die ze beleven, misbruikt of probeert belachelijk te maken. Humor stopt wanneer mensen gekwetst worden in hun levensbeschouwing omdat centrale symbolen misbruikt worden om verzekeringen te slijten of auto's en truitjes te verkopen.

2. De kracht van het symbool
In een tweede type van advertenties wil men eigenlijk de kracht, de emotionaliteit die een religieus symbool oproept, de betekenis die het heeft, niet alleen bij die geloofsgemeenschap maar ook in een bredere culturele context, laten uitstralen op het produkt dat men wil promoten.
Op die manier wordt een telefoongids een bijbel. Het kruis wordt gebruikt om de kwaliteit van een vernis te communiceren dat ‘voor eeuwig’ blijft hangen. Dit cruciale symbool van het christendom heeft ook een diepe betekenis in onze Westerse cultuur: het kruis, symbool van lijden (en overwinnen van lijden) heeft in onze taal, cultuur, hulpverlening een belangrijke betekenis. Het gebruik van dergelijke centrale symbolen brengt, als er geen reactie is, misschiebn wel een banalisering van bepaalde symbolen met zich mee.
Ook psalmen en citaten uit de bijbel worden als ‘slogans’ gebruikt in de reclame. De vijftien verzen van ‘Alles heeft zijn tijd’ uit het boek Prediker worden gebruikt voor reclame voor bier. Alles heeft zijn tijd, na het werk dus tijd voor een glas bier. Een passage uit Genesis wordt aangehaald in reclame voor luiers. Adam en Eva worden als baby’s afgebeeld in een paradijselijk kader voor een boom vol vruchten in aanwezigheid van de slang. Ze stellen zich de vraag of ze aan de verleiding zullen kunnen weerstaan. Uiteindelijk bezwijken ze, maar in plaats van te eten van de vruchten, wijzen ze naar de dozen luiers. De slogan luidt: "In den beginne waren de man en de vrouw op alle vlakken gelijk, behalve één: de jongens worden vooral vooraan nat en de meisjes in het midden". Adam en Eva in het Aards Paradijs worden vaak als personages in reclameboodschappen opgevoerd, waar de reclameman de toeschouwer aanspoort om aan de verleiding toe te geven. De verboden vrucht wordt dan een parfum of een merk van jeans. Een andere religieuze figuur die succes boekt bij de reclamejongens is Mozes. In reclame voor de Parijse metro beeldde men Mozes af op de berg Sinaï, met twee reuze-metrotickets in de handen. Een tegelfabrikant schijft op de twee kleitabletten die Mozes in handen heeft welke korting je als klant geniet, met boven de illustratie een nieuw gebod als slogan: "Jamais un franc de plus, tu ne paieras". Verder zijn mirakels en parabels van Christus geliefde scripts in de reclamebranche. Tot zelfs het Laatste Avondmaal dat voor een nieuw automodel in Frankrijk werd gebruikt waarin de centrale figuur zijn ‘apostelen’ aanspoort: "Mes amis, réjouissons nous, car une nouvelle [...] est née". De Franse bisschoppen hebben hiertegen ook gereageerd omdat het Laatste Avondmaal een fundamenteel gebeuren is uit het christelijk geloof. Ook symbolen uit andere godsdiensten worden in reclameboodschappen aangehaald. Opnieuw voor een automerk wordt de reïncarnatie van een boeddhistische priester vergeleken met een automodel dat als de reïncarnatie van comfort en veiligheid wordt aangeprezen.

3. Inhaken op religieuze feesten en tradities
Tenslotte onderscheiden we de reclameboodschappen die inspelen op religieuze feesten. In de kerstperiode wordt Jezus, als baby, omringd door Jozef en Maria vaak opgevoerd, bijvoorbeeld om de lezer er op attent te maken dat hun vlucht sneller zou geweest zijn met een bepaald automerk dan met de ezel. De drie koningen promoten beleggingen: "Droom je van wierook, mirre en goud, beleg dan in [...] zonder fout". Het communiefeest wordt gereduceerd tot een pakjesfeest in de reclame van een winkelketen die een kruis als juweel afbeeldt onder de slogan: "Un jour comme celui-là est à marquer d’une croix, mais une gourmette fera aussi bien l’affaire". Tenslotte verwijst reclame voor kaas en bier, niet altijd terecht, naar een ambachtelijk productieproces binnen abdijen. Het kwaliteitslabel dat dan op de verpakking prijkt, is een foto of tekening van een abdij of een pater.

Besluit: reclame is steeds op zoek naar symbolen
Het gebruik of misbruik van religieuze symbolen en figuren of het creëren van een religieuze sfeer in een reclameboodchap is geen rage, maar een duidelijke trend. Enderzijds wordt dit fenomeen gevoed door de postmoderne kritiek op instellingen en zingevingssystemen. Anderzijds hunkert de postmoderne consument terug naar het spirituele, de zuiverheid en de authenticiteit. Dit resulteert in verschillende benaderingen van of verwijzingen naar het religieuze in de reclame. Het bestuderen en typeren van deze reclameboodschappen bevindt zich slechts in een beginstadium. Misschien is ook onderzoek gewenst naar het effect van dergelijke reclame op het koopgedrag of de opinie van gelovigen en andere ontvangers tegenover de adverteerder. Tenslotte kunnen we opmerken dat het gebruiken van religieuze symbolen in de reclame om te chocqueren of een humoristisch effect te bekomen, kan leiden tot het banaliseren en het uithollen van de oorspronkelijke betekenis van dergelijke symbolen. Het verwijzen naar het religieuze in reclame kan echter ook een teken zijn dat deze symbolen, ondanks het postmoderne individualisme en de secularisering, een krachtige betekenis hebben behouden in onze cultuur en daarom succes kennen bij reclamelui, die steeds op zoek zijn naar emotioneel geladen symbolen.


Cotin, J.; Walbaum, R. (1997) Dieu et la Pub. Paris: Cerf..
Wagenaar, A. (1996) ‘Hoe reclame en religie het leven van alledag mythologiseren’. Adformatie, (7) 52.
Walrave, M. ‘Kerk en Media: een probleemhuwelijk ?’ Paper voorgesteld op de conferentie ‘Gods Website’, Vlieberg-Scencie Leergangen KU Leuven, 20 augustus 1997.

           

           

Artikels

Recensies

Inzendingen

Redactioneel

Email

Home