|
‘Taal is versteende dichtkunst’ (R. Emerson).
In elk geval biedt het taalsysteem de beeldende kracht en de rijkdom van poëzie.
Maar ook de verwarring, zoals uitgedrukt door Hamlet in zijn uitroep ‘words words
words’.
Maar taal wil en moet meer zijn dan een vrijblijvend woordenspelletje. Taal wil op
de eerste plaats iets uitdrukken, iets betekenen. Taal is immers ‘de inkleding van
gedachten’ (S. Johnson). En op die manier vormt de taal ook iets fundamenteel menselijk.
Want ‘wie mens zegt, zegt taal, en wie taal zegt, zegt samenleving’ (C. Lévi-Strauss).
Taalgebruik staat inderdaad niet los van de context waarin het gehanteerd wordt.
Zo kan taal voor politieke propaganda aangewend worden, en kent ook ons rechtssysteem
een heel eigen taal. Arvi Sepp analyseert het politieke discours van het FDF en Karl
Hendrickx bespreekt de eigenheid van de rechtstaal.
Bij taal komt veel meer kijken dan louter het gesproken woord. Ook de weergave van
taal in schrifttekens vormt een eigen wereld, die van de spelling. Gert Meesters
toont aan hoe boeiend het kan zijn om te zien hoe spellingkwesties de aanleiding
kunnen vormen van hevige en emotionele debatten. Ook non-verbale ‘taal’ speelt een
rol in de menselijke communicatie, zoals wordt betoogd in het artikel van Aagje Geerardyn.
Ten slotte zou InterAxis InterAxis niet zijn, als we het fenomeen taal ook niet in
verband zouden brengen met de wereld van het Internet. In dat verband bespreken de
professoren Ludo Melis en Piet Desmet, samen met Gino Vleminckx en Tommy Segers,
deskundig enkele didactische systemen die gebruikmaken van de mogelijkheden die het
Internet biedt.
Naast het taaldossier biedt dit nummer nog twee bijdragen over interessante maatschappelijke
‘hot items’. Professor Katlijn Malfliet vertelt over haar taak als Rectoraal adviseur
voor gelijke kansen aan de K.U.Leuven, en Guy Notelaers bespreekt aspecten van de
nieuwe politieke cultuur.
Jo Deferme |
|