|
Arvi Sepp
Het politieke FDF-verhaal maakt een moreel en sociaal verschil tussen de Franstalige
‘slachtoffer-held’ en de Vlaamse ‘agressor’. Dat verschil wordt aanvaardbaar gemaakt
door het te plaatsen in een democratische ethiek. Hier zal onderzocht worden of de
grondpositie van het FDF-partijprogramma, namelijk een sociale waardesplitsing van
de Belgische maatschappij in twee etnoculturele groepen, te rijmen valt met democratisch
pluralisme. 1
Wit versus zwart
Het politiek taalgebruik van het FDF wil zich verantwoorden en onderscheiden van
concurrerende of vijandige vertogen door bepaalde terminologische tweedelingen (Franstalig/Vlaams,
democratisch/ondemocratisch, open/gesloten …) door te voeren en zo bepaalde termen
te aanvaarden en andere te verwerpen. Die symbolische operatie bestaat erin zich
als groep te onderscheiden van een (talig geconstrueerde) tegenwerkende gemeenschap,
van een externe vijand; absolute identiteit is gefundeerd op absoluut verschil. Er
wordt dus een fundamenteel sociaal onderscheid gevestigd tussen de Franstalige en
de Vlaming. Het simplisme maakt het ook mogelijk de identificatiedrang van het zwakke
individu op de eenvoudigste wijze te bevredigen. Het FDF-discours stelt onaanvechtbare
axioma’s voorop die de eigen identiteit als cultureel superieur bevestigen, waardoor
de partij en de door haar geschetste visie op de francofonie tegenover een ‘evil
empire’ gedefinieerd worden als mythische plaats van het Universele, het Goede,
het Juiste, het Legitieme. En wie zou zich verzetten tegen ‘openheid’, ‘tolerantie’,
‘respect’, ‘vrijheid’? 2
It’s too good to be true.
Het etnocentrische FDF 2 als "symbool van het Franstalige anti-Vlaamse
kleinburgerdom" 3
stelt het verschil tussen ‘Wij’ en de ‘Ander’,
tussen de homo democraticus en de homo tyrannicus voor als een rationeel
en universeel feit. Dit resulteert in een vereenvoudigde tweedeling die complexe
dimensies vereenvoudigt en onderbrengt in klassen als Goed/Kwaad. 4 De
Franstalige wordt vereenzelvigd met moraliteit en objectiviteit; de Andere staat
aan de overzijde daarvan: "Wij vinden in de Franse culturele traditie een bevestiging
van het belang der rede die de dingen ordent, die [de mens] verdedigt tegen misbruik
en bevrijdt van geweld. Wij vinden er de klaarheid en haar vriend de oprechtheid,
misschien meer dan in de muziek of in wijsgerige synthesen. Het Frans is ook een
conversatietaal die vasthoudt aan het belang van de vrouw en aan de waarde van haar
aanwezigheid. De zinsstructuur heeft zich aangepast aan deze hoffelijke en rationele
invloeden. Eén van de problemen waarmee we worden geconfronteerd in de huidige
institutionele debatten met de Vlamingen is hun ongevoeligheid voor de strakheid
van het recht en hun afkeer voor elke objectieve regel. Op de een of andere manier
gaan er steeds ook morele keuzes schuil achter grote culturele identiteiten."
5
Deze etnische identiteit gaat terug op een geïdealiseerde gemeenschappelijke
afkomst 6
van de Franstalige wereld waaraan de van huis
uit intolerante Vlaming, de absolute negatie van de homo democraticus, geen deel
heeft: "Wij willen er binnentreden [= in Europa], niet onderdrukt of vervaagd
in een kunstmatige groep als die van de Benelux, maar opgenomen in de integrale eerbied
voor onze aanhorigheid aan de Franse etnie." 7 Bijgevolg
is ook elke aanwezigheid van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel, exclusief behorende
tot de Francité, irrationeel en onrechtmatig: "Dat de meest prestigieuze
Brusselse gebouwen Vlaamse vaandeldragers worden, getuigt op zich reeds van slechte
smaak." 8
In zo’n verhaal wordt ‘Vlaming’ geassocieerd met ‘onverdraagzaamheid’ en het is die
associatieve gelijkstelling tussen ‘Vlaming’ en ‘onverdraagzaamheid’ of zelfs ‘fascisme’
die het eigenlijke scheldwoord doet ontstaan. Wie ‘Vlaming’ zegt, zegt niet gewoon
‘Nederlandstalige Belg’. De acties van het FDF worden steeds voorgesteld als een
verdediging van de universele rechten van de mens in naam van het humanisme; de Ander
staat steeds aan de overzijde van democratische moraliteit en heeft als dusdanig
geen stem: Culturele kenmerken worden niet opgevat als mogelijkheidsvoorwaarden van
individuele keuzen, maar als onveranderlijke wezenskenmerken van een gemeenschap.
Cultureel racisme verschilt daarom niet wezenlijk van biologisch racisme. Het beklemtoont
wat het als onveranderlijke ‘essentie’ van mensengroepen en hun onderlinge onoverbrugbare
‘verschillen’ beschouwt." 9
Het specifieke identiteitsstreven van het FDF bevindt zich in de problematische kloof
tussen Staat (België) en natie (de Franse Gemeenschap/de Vlaamse Gemeenschap),
Gesellschaft en Gemeinschaft 3,
en is als dusdanig een polarisering en radicalisering van communautaire posities,
een polarisering tussen ik en niet-ik in de Belgische context. De Franstalige
is in deze logica uit zichzelf democratisch omdat hij deel uitmaakt van een hogere
cultuur die als universalistisch en open wordt voorgesteld. Het gaat hier dan om
een zogenaamd "Romaans volk" 10 ,
een enkelvoudige etnoculturele identiteit die slechts leven kan bij zegen van absoluut
onderscheid tegenover een agressieve outsider. Het FDF-narratief heeft op
tekstueel vlak de Vlaming nodig zoals het Vlaams Blok de kleurling, de migrant, nodig
heeft.
Wit versus zwart in een democratische vorm
Hier zijn we dan ook bij de kern van het probleem van een eenvormig etnocentrische
en communautaire taal: democratische identiteiten zijn meervoudig. Vlaams Blok en
FDF, daarentegen, creëren overgeïdealiseerde enkelvoudige volksidentiteiten,
respectievelijk op raciaal-culturele of etnoculturele leest geschoeid; men is
slechts Vlaming of slechts Franstalige. Meervoudige identiteiten verdelen
immers de passies. 11
Vlaanderen wordt door het FDF gelijkgesteld
met het Vlaams Blok en omgekeerd: "Vlaanderen is meer en meer verkankerd door
de nationalistische ideologie van het Vlaams Blok […]. [D]e Vlamingen wensen een
zuiver Vlaanderen, ontdaan van elke andere - voornamelijk Franstalige - culturele
invloed, een Vlaanderen bevrijd van elke inwerking die zijn taal, zijn cultuur, zijn
grondgebied verderft. Kunnen wij deze assimilatie toelaten? […] Is Vlaanderen, beneveld
door de linguïstische en territoriale homogeniteit, niet aangetast door die
ernstige ziekte genaamd "demagocratie"?" 12
Een erg eenvoudige redenering wordt steeds weer gerationaliseerd door haar in te
bedden in een maatschappelijk aanvaard en gewaardeerd vertoog dat de kiezers erg
vertrouwd en ideaal in de oren klinkt. Het gebruik van de democratische basiswoordenschat
wordt zo fel doorgedreven dat het FDF zich tevèèl gaat verantwoorden. Dit
discours wil met andere woorden democratisch zijn tot in het karikaturale, het verantwoordt
in overdreven mate zijn eigen basisonderscheid tussen democratische Franstaligen
en ondemocratische, imperialistische Vlamingen. Er vindt steeds een inpassing van
de actor ‘Vlaming’ in een negatieve context plaats. De Vlaming en de Nederlandstalige
politiek zijn actoren in een racistisch, anti-Europees en imperialistisch regime,
in een gesloten Blut und Boden Gemeinschaft, die diametraal staat tegenover
de (Franstalige) democratie, een open Gesellschaft: "Waar is de openheid
en de verdraagzaamheid in de Rand, waar 120.000 Franstaligen wonen die minder rechten
hebben dan de Vlamingen in Brussel? In tegenstelling tot Vlaanderen heeft het FDF
nooit uitsluiting of apartheid voorgesteld." 13 Een
tweepolige politieke logica is steeds simplifiërend van aard. De socio-historische
verhoudingen tussen Vlamingen, Walen en Brusselaars zijn complexer dan de tegenstelling
Democratie/Autarkie 4.
Het FDF-vertoog steunt ook op een sterke geografische tweedeling, tussen Buiten en
Binnen, Open en Gesloten, Cosmopolitisme en Provincialisme, Wallonië-Brussel
en Vlaanderen, Europa en Vlaanderen, Francofonie en Vlaanderen. Zo’n doorgedreven
tweedeling is bij voorbaat verdacht, ook al schrijft ze zich in een aanvaard en legitiem
democratisch discours in. Het ideologische discours (dat zichzelf meestal als wetenschappelijk
beschouwt) neemt als aanvangspunt de tweedeling, en weert elk element dat deze polarisering
zou kunnen relativeren of in twijfel trekken. 14 Steeds
weer wordt hetzelfde gekoesterde etnische onderscheid tussen Franstaligen
en Vlamingen gerationaliseerd en gedemocratiseerd. Het handelingspatroon van het
FDF wordt geregeerd door een reeks humanistische Verlichtingswaarden, die symbolisch
het politieke handelen van de Franstalige voortstuwen; strategische retoriek die
zich voorstelt als rationeel oftewel anti-Vlaamse tolerantie. Dit is pragmatisch
in het FDF-verhaal een verdediging tegen de amorele egoïstische machtsgeilheid
van het Vlaamse nationalisme: "[…] de Franse cultuur, bron van de hoogste
idealen van de mensheid, verdient het verdedigd te worden tegen het flamingante nationalisme
of de Angelsaksische hegemonie." 15
Het rituele FDF-discours, als ‘civil religion’5,
met een dusdanig samenhangend en tweedelig schema op communautair vlak, stelt zichzelf
van tevoren voor als de partij bij uitstek om de democratie te verdedigen en maakt
zich op die manier onvatbaar voor kritiek. Commentaar van Nederlandstalige kant kan
daardoor steeds afgedaan worden als anti-democratisch, illegitiem, fascistoïde.
Zo’n commentaar wordt in dit verhaal opgevoerd als bewijs voor wat vooropgesteld
werd: Vlamingen verzetten zich tegen de democratie, want het FDF is democratie,
openheid, etc. De cirkel is gesloten: "onze democratie, gegrondvest op de rechten
van de mens, wordt in gevaar gebracht door een imperialistische, veroveringsbeluste,
anti-Europese Vlaamse politieke klasse…" 16 Zelflegitimering
met behulp van een maatschappelijk gelegitimeerd discours. De mildere communautaire
vertogen van PSC, PS en ECOLO, anderzijds, worden afgedaan als een regionalistisch
naïef ne-pas-vouloir-savoir door niet in staat (te willen) zijn het verschil
te maken tussen Zijn en Schijn van de bad guy, door nog te geloven
in de redelijkheid van Vlamingen en dezen onrechtmatige toegevingen te doen 17 :
"Enkel het FDF verdedigt echt de Franstaligen." 18
Het culturele verhaal van nationalisme en patriottisme bepaalt de plaats van geschiedenis,
taal en cultuur in de creatie van de eigen subjectiviteit en identiteit. Een etnoculturele
identiteit wordt niet aangeboren. Representatie is slechts mogelijk omdat de concrete
taalhandeling altijd tot stand komt binnen de grenzen van codes die een geschiedenis
hebben, een positie binnen een welbepaalde tijd en ruimte. 19 Elke
communautaire identiteit is bijgevolg vergankelijk, is steeds geconstrueerd, ‘gemaakt’,
en staat dus nooit op zichzelf. 20
Conclusie
Samenvattend zou men kunnen zeggen dat de etnische code, het ingebeelde basisonderscheid
tussen Vlamingen en Franstaligen in het taalgebruik van het FDF als moreel-politieke
classificatie, maatschappelijk wordt verantwoord door ze te plaatsen in een democratisch
vertoog met overeenstemmende woordenschat: openheid, vrijheid, tolerantie, respect,
eerbied, dialoog, pacifisme. In die zin is het FDF-model een perverse zijsprong van
het oorspronkelijke emancipatorische project van de ‘francophonie’. Deze sociale
symboliek verbergt dus haar eenzijdige terminologie door ze te plaatsen in een discours
met pluralistisch-democratische inslag. Zo wordt de ideologie aanvaardbaar, salonfähig,
gemaakt. De Ander, de Vlaming in deze context, is de radicale tegenpool van alle
universele ethische, sociale en culturele waarden van Wij, de Franstalige
citoyen. Het is de strategische aanpassing van het denken in termen van Vriend/Vijand
aan het pluralistische, verdraagzame democratische discours, die net vanuit hetzelfde
democratische perspectief problematisch is.
Het politieke FDF-discours, een bijzonder samenhangende etnische en moralistische
herschrijving van het humanistische Verlichtingsdenken?
Verklarende woordenlijst
1 etnocentrisch: houding die gekenmerkt wordt door
gevoelens van loyaliteit tegenover het eigene, al dan niet gepaard gaand met negatieve
gevoelens tegenover het vreemde
2 Gemeinschaft en Gesellschaft: ‘gemeenschap’ en ‘maatschappij’.
In het eerste geval gaat het om een organische maatschappij-opvatting (bijvoorbeeld
zoals in familiale relaties), terwijl het in het tweede geval gaat om een maatschappij
als mechanische structuur (meer vrijwillig gekozen relaties zoals arbeidsverhoudingen)
(theorie van F. Tönnies).
3 autarkie: onafhankelijk zelfbestuur, zelfgenoegzaamheid
4: civil religion: een systeem van waarden, symbolen
en rituelen, gebaseerd op universele waarheden van metafysisch allooi, dat dient
als eenheidsscheppende kracht van een natie
Eindnoten
1
Anderstalige citaten werden door ons in het
Nederlands vertaald.
2
L. Dierickx, "Nationalisme en racisme:
wezen en succes" in A. Morelli, L. Dierickx, D. Lesage, e.a., Racisme: een
element in het conflict tussen Vlamingen en Franstaligen?, Berchem, EPO, 1998,
p. 16
3
C. Demelenne, L. Rijckaert, "L’intolérance
n’a pas de frontières" in Le Matin, 15 décembre 1998
4
J. Fornäs, Cultural Theory and Late
Modernity, London, Sage, 1995, p. 256
5
F. Persoons, "Le FDF et la culture"
in Les Cahiers du Centre Jacques Georgin, 6:2, 1980, p. 164
6
Zie L. Sfez, La symbolique politique,
Paris, PUF, 1988, p. 84-85 i.v.m. de identiteitsvoorwaarden van een gemeenschap
7
FDF, F.D.F. 1970, Bruxelles, Bourgeois,
1970, p. 44
8
S. de Patoul, "Bruxelles - Capitale Européenne…oui.
Capitale de la Flandre…non!" in Espace Francophone, 15, 1994, p. 14
9
G. Verbeeck, "De mythe van de eigen volksgemeenschap.
Nationalisme en rechts radicalisme in Vlaanderen" in A. Morelli, L. Dierickx,
D. Lesage, e.a., Racisme: een element in het conflict tussen Vlamingen en Franstaligen?,
Berchem, EPO, 1998, p. 57-58
10
F. Persoons, "Le FDF et la culture"
dans Les Cahiers du Centre Jacques Georgin, 6:2, 1980, p. 161
11
Zie M. Walzer, "Le nouveau tribalisme"
in Esprit, 186, 1992, p. 56-57
12
C. Verbist, "Dieu, le sol, ma patrie et
mon droit" in Espace Francophone, 18, 1995, p. 15-16
13
O. Maingain in O. Alsteens, "Un référendum
à Bruxelles? Mais quelle question…" in Le soir, 4 mars 1996
14
Zie P.V. Zima, "Les mécanismes discursifs
de l’idéologie" in Revue de l’Institut de Sociologie, 4, 1981, p.
737
15
C. Persoons, "30 ans…et tout l’avenir
devant soi" in Espace Francophone, 13, 1994, p. 10
16
D. Gosuin, "Un congrès des militants:
le Forum démocratique des francophones 18 mars 1995" in Espace Francophone,
18, 1995, p. 4
17
Zie N., "Adhérer à la solidarité"
in Espace Francophone, 10, 1993, p. 5
18
FDF, Bruxellois maître chez toi,
Verviers, Marabout, 1977, p. 38
19
S. Hall, Het minimale zelf en andere opstellen,
SUA, Amsterdam, 1991, p. 176
20
Zie E. Balibar, "La forme nation: histoire
et idéologie" in E. Balibar, I. Wallerstein, Race, nation, classe. Les
identités ambiguës, Paris, La Découverte, 1988, p. 127 (Balibar
accentueert)
|